37 — de relatie

De relatie tussen Don en Glenn verliep al erg stroef, ik heb het over Don Felder en Glenn Frey. En toen gebeurde het, de uitbarsting, tijdens een van de laatste optredens die The Eagles in hun glorietijd gaven. De een vergat dat de microfoon van de ander openstond. Kokend van woede keek hij naar die ander, misschien dacht hij: ‘Psychopaat!’ Meteen daarop liep hij naar de zanger toe en schreeuwde in zijn oor, voor iedereen hoorbaar: ‘Na het laatste nummer sla ik jou helemaal in elkaar!’ Hahaha! Ach lezer, soms kun je zó van mensen houden! In het gebouw legde ik een keer aan therapeute Zwaan uit: ‘Als Jellinek-psychologe moet je proberen om je te verplaatsen in een man. Een man wil maar vier dingen.’

1. drank
2. nog meer drank
3. seks
4. iemand in elkaar beuken.

Het grappige was: na deze woorden leunde ze achterover in haar stoel, een bureau stond tussen ons in, ze keek me alleen maar aan en zei niets. Dat vond ik mooi. Ik zei ook niets en keek alleen maar terug. Toen pakte ze haar pen en vroeg: ‘Maar verder gaat alles goed?’ Ik knikte voorzichtig. Je bent altijd een beetje op je hoede, met therapeutische figuren. Het is soms linke soep, met psychologen. Na hun jarenlange studie, die hen de mogelijkheid gaf zichzelf intens te bestuderen, zich te verdiepen in het eigen bestaan en antwoord te vinden op de vraag: wie ben ik?, na al die jaren van introspectie, blaas je hen echt niet zomaar omver. Tegelijkertijd mag je niet toelaten dat zij jou omver blazen. Daarom tussendoor even het volgende.

Een zwaan weegt gemiddeld 13 kilo, voor een vogel is dat bijna te zwaar om te kunnen vliegen, vooral het opstijgen is een gedoe. Dat lukt ze alleen met een uiterste krachtsexplosie. Plus: een zwaan is ook nog eens erg breed, met zijn vleugels uitgestrekt. Dit houdt in dat hij móet blijven vliegen, even zweven is er niet bij, zijn evenwicht is te kwetsbaar. Je ziet het zelden gebeuren, maar grote vogels kunnen wel degelijk in een spin terecht komen, een tolvlucht, waar zij niet meer uitkomen. Welnu, voor herstellende verslaafden geldt dat allemaal precies zo.

Pitt, wat zit je nu toch allemaal te raaskallen? Straks kunnen wij geen zwaan meer zien zonder aan verslaafden te denken. Bedankt! Tja. Dat komt door de titel boven dit bericht, de relatie. Relaties, verhoudingen, de band tussen mensen. Dit is echt een afschuwelijk onderwerp. Je zou willen dat het niet eens bestond! Wat zeg ik? Soms zou je willen dat er helemaal niks bestond! Dat je op een dag klaarwakker werd en zie, er is helemaal niemand… niks en leeg. Overal op aarde ben je alleen. Nergens ben je met zijn tweeën. Je hebt alles maar gedroomd. Alles.

Nee. Zo lukt het niet. Ik begin gewoon opnieuw. Intussen heb ik er al drie beschreven, de relatie tussen bandleden, de relatie psycholoog-cliënt, de relatie zwanen-verslaafden. Het wemelt ervan, van relaties. Overal waar je kijkt, zie je ze. Er is geen ontsnappen aan…

de relatie

Dit is geen onderwerp om grappig over te doen, althans niet wanneer je het koppelt aan verslaafden. Te ingewikkeld, te moeilijk. Te complex, te droevig. Dat zijn relaties soms toch al, maar in verslavingsland des te meer.

Eerst even een bepaalde volgorde. Een geliefde die inziet dat ik verslaafd ben en het meteen uitmaakt, heeft groot gelijk. Een geliefde die het nog een tijdje aankijkt en wacht totdat ik naar een kliniek ga, heeft eveneens groot gelijk. Een geliefde die ziet dat ik in de kliniek en nazorg diverse terugvallen heb en daarna maakt dat zij wegkomt, heeft groot gelijk. Een geliefde die domweg bij me blijft, ongeacht wat ik doe… eh… die wordt eerst zalig verklaard en daarna heilig.

Een scène uit de nazorggroep. Op een avond ging het over de vraag, die voor enkelen gold: helpt het jou dat je nog steeds een verhouding hebt? Allen dachten van wel. Een gek wijf uit Ruigoord riep zelfs: zonder mijn vriend had ik het nooit gered! Maar mét vriend ook niet, want ze dronk allang ‘gecontroleerd’. Zo noemde zij dat. Mócht eigenlijk niet binnen de nazorg, maar er mag zo veel niet, toch? Wij moesten een jaar lang haar nieuwe drankverhalen aanhoren.

Denkt u, ook maar één seconde, dat het bij de nazorg van Novarum – de kliniek voor eetstoornissen, eveneens Arkin, eveneens Obrechtstraat – dat het daar toegestaan is dat een van die meiden doodleuk zegt: ‘Af en toe vast ik nog wel, maar nu gecontroleerd.’ En dat zij daarmee de rest van de groep naar beneden trekt? Een jaar lang? Nee, Novarum trekt grenzen. Wij zagen hen af en toe, wanneer zij zich een enkele keer buiten waagden, in de tuin, zich koesterden in de zon. Eetstoornissen worden in de Obrechtstraat serieus genomen, in tegenstelling tot bijvoorbeeld drankzucht. Dat komt mede door de aaibaarheidsfactor van de meiden, nog zo jong, nog zo mooi. En misschien straks al dood. Maar wij ook, lezer, wij ook. Minder jong, minder mooi, maar net zo dood.

Ik verzette mij die avond tegen de gedachte dat het mét partner gemakkelijker zou zijn. Vooral door de omdraaiing: zonder partner is het dus moeilijker. Ik geloof daar helemaal niets van. Adri, een van de Zes, die zijn vriendin vanwege zijn drankmisbruik nota bene kort voor zijn opname was kwijtgeraakt, viel mij bij en zei: ‘Juist het feit dat ik het alleen moest doen, wierp mij volledig terug op de feiten. Ik voelde duidelijk: abstinentie bereik je hoe dan ook alleen.’

Mooi zo. Dit brengt ons tot de volgende stelling: een partner, daar heb je geen moer aan.

De terugkeer naar een gezinssituatie kan zelfs heel erg moeilijk zijn. In de Heinzekliniek had de Jellinek destijds nog de grote familie- en vriendenavonden, met onze hele groep erbij, met ex-cliënten erbij, het was altijd vrolijk. Een vrouw vertelde over haar verslaafde man, Piet!, hij zat toevallig naast mij. Een afgekickte zuipschuit. Maar nu, had hij gezegd, nu was alles weer normaal. Not. Zijn vrouw vertelde: ze zaten aan tafel, met de kinderen. Piet zei: jongens, dit jaar gaan we op vakantie naar Portugal! Er viel een diepe stilte… vooral bij de kinderen… jarenlang had hij dronken door het huis gezwabberd… alles plande het gezin allang alleen en zónder hem… hoezo werd het dit jaar Portugal? Hoezo, zelfs, ging hij opeens mee?

In bericht 28 – eigenwaarde schreef ik: ‘Een verslaving blijft beslist niet ongestraft.’ Daarmee bedoelde ik: de omgeving. De verslaafde raakt weliswaar veel kwijt – partner, baan, woning, gezondheid, hij kan terecht zeggen: ik ben zwaar gestraft – maar hij moet niet denken dat het daarbij blijft. Flinke dreunen staan hem nog te wachten, juist wanneer hij abstinent blijft.

De verslaafde kan dit uit de weg gaan door bijvoorbeeld gecontroleerd te gaan drinken. Piet misschien. Niemand neemt hem daarna nog serieus, niemand valt hem dan nog lastig.

Een ander sterk voorbeeld. Vanuit diezelfde Heinzekliniek ken ik nog steeds een lotgenoot, Hans. Een keer per jaar drinken we koffie. Via hem hoorde ik telkens wie van onze Heinzegroep was overleden. En hij deed het beter dan ik: een terugkeer naar de Jellinek, waar ik in december 2014 aan moest geloven, bleef hem bespaard. Inmiddels is hij grootvader, hij vertelde me dat hij onlangs met een mooi cadeau naar zijn kleinkind was gegaan, het was jarig. Maar juist die dag was zijn dochter kribbig tegen hem geweest, humeurig, er wás iets… eindelijk zei ze tegen hem: ‘Weet je nog, toen ik kind was, de keren dat je mijn verjaardag vergat?’

Tegen mij klaagde hij daarover: ‘Waarom moest zij dat nou in hemelsnaam oprakelen? Ik doe alles nu zo goed, al zo lang, ik vergeet nooit meer een verjaardag!’ Hm… in zekere zin ben ik misschien een atypische drankzuchtige: ik neem het altijd voor de omgeving op. Altijd. Als ik gedwongen word te kiezen, dan kies ik hun kant. Ik zei tegen hem: ‘Dat oprakelen wat zij deed, dat recht heeft zij! Volledig! Haal het niet in je hoofd om dat recht ook maar enigszins te betwisten. Jij was er niet, toen zij jarig was! En nu ben je er wel, voor haar kind. Waarom nu wel en toen niet? Die vraag stelt zij jou, voortdurend: waarom toen niet?! Wees liever blij dat zij een dergelijke pijn laat zien. En vertel haar hoe verschrikkelijk je dat vindt, het feit dat zij daar soms nog onder lijdt. Dat is het enige wat je voor haar kunt doen: lijd met haar mee.’

Een ander voorbeeld. Een jongeman, al bijna twee jaar nuchter, vertelde mij iets soortgelijks. Zijn moeder bezorgde hem een steeds ongemakkelijker gevoel. Zij leek te vinden dat hij nu klaar moest staan voor haar, haar iets verschuldigd was, zij had hem door zijn maanden in de Jellinek heen gesleept, en ook daarna nog volop gesteund. Dat erkende hij. Maar eigenlijk zette zij nu een machtig wapen tegen hem in: haar bezorgdheid… Wederom zei ik tegen hem: dat recht heeft zij. En die prijs betaal jij. Je kunt twee dingen doen: wachten tot het langzaam voorbijgaat, of dit onderwerp aansnijden met haar. Kortom: een erg moeilijk gesprek voeren. Zeg haar dat je het gevoel hebt dat zij jouw herwonnen zelfstandigheid niet ziet. Dat zij jouw herwonnen leven niet ziet. Zeg haar dat je dat begrijpt! Laat de gedachte die zij had – ‘mijn zoon sterft eerder dan ik’ – duizend keer op je inwerken. En daarna nog eens duizend. Laat haar gedachte – ‘wat hebben wij verkeerd gedaan?’ – duizend keer op je inwerken en dan nog eens. Dan begrijp je haar werkelijk. En zeg dat tegen haar!’

Mensen zeggen elkaar bijna niets.

Ten slotte, een laatste voorbeeld, nóg weer moeilijker, iemand anders. Een vrouw, drankzuchtig, zij voelde zich na twee nuchtere jaren sterk genoeg om te gaan daten, via Tinder. Werd verliefd op hem en hij op haar. Wat nu? Wat vertel je, hoeveel, en wanneer? Hier valt bijna geen zinnig woord over te zeggen, zelfs niet door mij. Tegen mij zei ze: ‘Ik kan hier alleen over praten met mensen die niet oordelen.’

Hm. Er zijn twee soorten mensen op aarde die ik direct als aanstellers bestempel: 1. mensen die zeggen niet bang te zijn voor de dood, en 2. mensen die zeggen: ik oordeel niet.

Alleen robots en zombies oordelen niet. Mensen wel, altijd, hoe zou het ook anders kunnen? Zij kan mij wél vragen: ‘Pitt, parkeer je principes even, luister nu naar mij, oordeel later, spreek dat nu niet uit.’ Dat kan allemaal. Dat kan ik doen. Maar zeg dat dan hardop. Zeg de dingen hardop!

Zij had hem voorlopig alleen verteld dat zij was ingestort toen zij twee jaar geleden haar geliefde en haar baan verloor, te veel was gaan drinken en de drank nu vaarwel had gezegd. Ik zei tegen haar: denk jij dat hij Gekke Henkie is? Dat hij niet aanvoelt dat drank er eerst was?

Maar het probleem was nog veel groter. Die partner, die haar inderdaad verlaten had, had heel lang niets geweten van haar drankmisbruik, haar verslaving. Het klinkt ongelooflijk, maar er zijn drankzuchtigen die dat weten te verbergen. Tegelijkertijd heeft een partner het vermogen om weg te kijken, wanneer dat juist niet moet, ook hij heeft daarna iets om over na te denken. Hoe dan ook: zo’n dubbelleven, hoe biecht je dat op? En wanneer? De ander denkt wellicht: dat kan zich herhalen. Zij drinkt straks weer, maar ik merk er niets van.

Ik had niet gedacht dat ik dit ooit zou schrijven, maar: ik weet het ook niet. Dan moet de tijd maar beslissen hoe dit afloopt. Maar de tijd beslist zo goed als altijd in ons nadeel.

U hebt nog iets tegoed. Want misschien zegt u: ‘Pitt, je maakte ons wel nieuwsgierig, met dat verhaal over The Eagles. Na hun concert, sloeg die ene toen die andere in elkaar?’

Nee, lezer, natuurlijk niet. Toen ik schreef dat je soms zo van mensen kunt houden, kende ik de afloop natuurlijk al. Die ene, die zo boos was, stormde na het laatste nummer zijn eigen kleedkamer binnen, pakte daar een van zijn gitaren en sloeg die tegen een muur aan stukken. Die ander, die daar van hoorde, zei: ‘Dat was wel de goedkoopste gitaar die hij had.’

Zie de mens…
en hou van hem.

Pitt

2 gedachten over “37 — de relatie”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *