26 — comeback kid

comeback-kid-03

Grappige band, uit Canada. Hun muziek doet enigszins aan deze weblog denken: stevig, soms lawaaiig, mét een boodschap. Althans, voor zover je ze kunt verstaan. Ze werden in de hardcore scene uitsluitend via mondreclame populair, iets waar ikzelf op deze plek tevergeefs op hoopte. Zelfs de titels van hun nummers lijken aan te sluiten bij het thema van deze weblog: Wake the dead, als ook Die tonight, of bijvoorbeeld Defeated. Maar vooral het nummer Symptoms and cures. Dat laatste is eigenlijk deze blog. En ten slotte nog de naam van de band: de Comeback Kid. Want ik ben er weer.

Eerlijk gezegd, als ik deze weblog als lezer had gevolgd en zou hebben meegemaakt hoe de schrijver er opeens vandoor rende, dan had ik het wel geweten: hij drinkt weer. Het zou me wél hebben verbaasd, want zo had hij niet geklonken. En stel dat dat wáár was geweest, ik dronk weer, zou ik dat hier gemeld hebben? Of nú melden? Echt een moeilijke vraag! En gelukkig volkomen hypothetisch. Waarschijnlijk had ik dan afscheid genomen en alleen maar tegen u hebben gezegd: ‘Alles wat ik hier opschreef, was volkomen waar. Het had alleen niet uit mijn mond mogen komen, niet uit mijn pen.’ Vergelijkbaar met Joost Zwagerman: de geschriften waarin hij tekeer ging tegen zelfmoord hadden niet door hém geschreven mogen worden. Maar soms glipt er weleens iets doorheen, de goden letten dan niet goed op. Of hebben hun eigen bedoelingen. Bijvoorbeeld om te laten zien: denk niet te snel dat je veilig bent, voor de negatieve kracht van een depressie. Of een verslaving. Denk daar nooit gemakkelijk over, een dergelijke veiligheid is allesbehalve vanzelfsprekend. Kijk maar naar Joost, kijk maar naar Pitt. De een is dood, de ander dronken.

Met dít verschil: de een is inderdaad dood, maar de ander is nu bijna twee jaar nuchter! Abstinent. Nog twee maanden te gaan. Eerder telde ik zelden of nooit, maar nu voelt het wel lekker om de jaren te kunnen gaan bijhouden. Als een ontsnapte gevangene, die niet zijn gedwongen verblijf, maar wel zijn jaren in vrijheid in een muur kerft. En hij was onschuldig! Nou ja, min of meer. In zekere zin.

Het lag wel voor de hand dat ik de draad hier weer zou oppakken. Er was enige druk van buitenaf om dat te gaan doen, en ook van binnenuit. En er was de lezer die op het laatste bericht reageerde met de terechte uitroep: ‘Pitt schreef in zijn berichten erg vaak: daar kom ik nog op terug. Nou, doe dat dan!’ En opeens was er ook MiK.

MiK is een van de Zes.

Ik schreef al over ze. Vanuit de nazorg in de Jellinek, lukte het ons een groepje van zes man te formeren, we komen nog altijd bij elkaar, eenmaal in de twee weken. Nu een half jaar lang. Hoe dit idee geboren werd, wat het veroorzaakte, daar kom ik later nog op. Natuurlijk weer iets schandaligs, dat ons  overkwam. Plus: het zijn stevige kerels, alle zes nu rond de twee jaar abstinent. We spreken over: vijf alcoholmaniakken en een drugsidioot. Met ons moet je dus niet fucken. Tussen de 23 en 64 jaar, met van alles daartussen in. Oorspronkelijk hadden we ook een vrouw, maar zij haakte meteen al af. We delen een belangrijk inzicht: mensen als wij, we zijn ten dode opgeschreven, tenzij…

Ik hoop dat we nog lange tijd bijeenkomen, ik vind het een prachtig idee om hen van zo nabij te kunnen volgen. In bericht 24 — taal, trauma en onderzoek schreef ik: wie alcoholisme werkelijk wil begrijpen, moet kijken naar degenen die zich ervan losscheurden. Hoe deden zij dat? En waarvan maakten zij zich los?

Zij weten dat ik af en toe over de Zes ga schrijven en ze weten ook dat ik soms niet mals ben in beschrijvingen van mensen. Ik kan snel oordelen. Daar is niets aan te doen en bovendien moet dat ook. En trouwens, mocht een van hen vervelend gaan doen, dan publiceer ik hier gewoon zijn 06-nummer, om te beginnen. Maar zover zal het niet komen.

MiK noemde ik al eens, hij is de maquettebouwer, tevens getallenman. Natuurlijke getallen, gehele getallen, reële getallen, fijngehakte getallen, noem ze maar op. Hij stuurde me een brief, een oproep om terug te komen. Ik eindig dit bericht ermee, hieronder. Het is wel goed om ook eens een andere stem te laten horen. Ik denk dat ik nu elke twee weken met een nieuw bericht kom, dat gaat wel lukken. Het moordende tempo van één per week, waar ik mee begon, dat haal ik niet meer.

 Pitt

Wie schrijft die blijft  
003

Die Brad Pitt toch! Of nee. Hoe heet ie ook al weer? Pit Handschoen? Zoiets! Mijn geheugen is niet meer wat het is geweest. Het was al niet veel, maar die sloten alcohol van de afgelopen dertig jaar hebben er nog behoorlijk wat van af weten te eroderen. Kom, hoe heet ie nou? Pitt Hamson, nu weet ik het weer. Die Pitt Hamson toch! Gestopt met z’n blog omdat ie te weinig lezers heeft. Vindt hij dan. Ik vind mezelf als lezer al genoeg. Al schreef hij alleen maar voor mij, dan was het al goed. Ik genoot elke week van zijn schrijverij. Alleen al de manier waarop hij het schreef was iets om naar uit te kijken. Wat ie schreef soms ook, maar soms ook niet.

Dat afgeven op de Jellinek bijvoorbeeld. Daar was ik het lang niet altijd mee eens. De Jellinek heeft voor mij precies gedaan wat het moest doen. Althans, dat denk ik nu. En dat denk ik al meer dan 22 maanden. Zo lang heb ik al geen druppel meer gedronken. 704 dagen om precies te zijn. Dat zijn zeker 14 duizend drankjes die ik niet heb genomen. 

Probeer het je eens voor te stellen: 14 duizend drankjes. Dat is bijna niet te doen. Ik help een handje. Neem bijvoorbeeld bier. Hoeveel is 14 duizend bier? Iedereen heeft wel eens gehoord van een meter bier. Meestal zijn dat 13 glazen bier op een rij. Dan is 14 duizend bier ruimschoots meer dan een kilometer. Een kilometer bier!

Of vergelijk het met een ‘gewone’ drinker. Iemand die op vrijdag- en zaterdagavond twee à drie biertjes drinkt. Zo iemand doet er meer dan 50 jaar over om 14 duizend drankjes tot zich te nemen. Ik deed dat dus in 704 dagen. En nu dus 704 dagen niet.

En het scheelt echt een slok op een borrel want als je die 14 duizend biertjes namelijk allemaal in een Amsterdamse kroeg bestelt, dan ben je een modaal jaarsalaris kwijt. En niet netto maar bruto. Dus het levert niet alleen winst op voor mijn gezondheid maar ook voor mijn portemonnee.

Nu is dat laatste natuurlijk niet echt waar. Als ik 704 dagen geleden niet in de Jellinek was opgenomen maar gewoon was door blijven drinken in het tempo dat ik had, dan weet ik eigenlijk wel zeker dat ik er nu niet meer was geweest. Dan was ik allang dood geweest. En omdat een dode bar weinig drinkt, zou ik die 14 duizend drankjes nooit hebben gehaald. Dus die winst die ik mezelf toereken, is eigenlijk een schijnwinst. Toch is het leuk om te kunnen zeggen dat ik 14 duizend drankjes niet heb gedronken.

Ik weet dat ik het zelf heb gedaan. Ik heb zelf die drankjes niet gedronken. Maar dankzij de hulp van de Jellinek is het me gelukt. Ik ga dus niet afgeven op de Jellinek, maar ik wil die juist aanraden aan al die mensen die ook bovenmatig drinken. Ik zie om me heen te veel mensen die geen ‘gewone’ drinker zijn en die wel wat hulp kunnen gebruiken. Dat vind ik. En dat vindt Pitt ook want dat was zijn drijfveer om een blog te beginnen. Daar is hij dus mee gestopt omdat hij vond dat er te weinig lezers waren. En dus niet omdat zijn drijfveer weg was. En dus is het zaak om Pitt weer aan het schrijven te krijgen.

Toen hij net was gestopt, vroeg hij mij of ik af en toe een gastcolumn wilde schrijven voor zijn blog. Ik heb daar lang over nagedacht en ben nog steeds niet tot een eenduidig antwoord gekomen. Ik heb nu dit geschreven. Als je dit leest, heeft Pitt het dus op zijn blog geplaatst. Als je dit niet leest, dan uiteraard niet. Dan heb ik dit geschreven voor één lezer, namelijk Pitt. Dat kan dus. Je kunt dus iets schrijven voor één lezer. Dat doe ik overigens wel vaker en Pitt weet dat. En wat mij betreft schrijft Pitt ook maar voor één lezer, namelijk ik. Dus Pitt, begin weer alsjeblieft! Wie schrijft die blijft. Toch?

MiK