Het roer kan nog zesmaal om

Met de button deze blog volgen’, hier rechts of helemaal onderaan elke pagina, ontvangt u een mailtje wanneer een nieuw bericht is geplaatst.

Antony_Gormley 02

Pitt. Dat is mijn voornaam, gelukkig niet mijn achternaam. Pitt Hamson. Ik moet er natuurlijk wel altijd bij zeggen: Pitt met twee ‘t’. En nú zou ik bijna zeggen: Pitt met twee thee. ‘Ober, een thee graag, ach, doe maar een dubbele.’

Deze blog gaat over een verslaving, die van mijzelf, over alcoholisme. Mooier gezegd: over drankzucht. En preciezer gezegd: deze blog gaat er niet per se over hoe drankzucht zich aan de wereld toont, maar gaat erover hoe je een alcoholverslaving de baas wordt. En blijft. Althans ik. Althans, tot nu toe.

Ik denk niet dat er in deze blog veel opwindende verhalen zullen staan, weinig of geen vertellingen over avonturen die plaatsvonden onder invloed van alcohol. Het zal dus niet zomaar gaan over mijn treinreisje van Utrecht naar Amsterdam, waar ik woon, dat in principe een gewoon kort ritje was – de rit was wel gewoon, maar ikzelf niet helemaal – laat in de avond, welke rit per abuis twee uur later eindigde in Den Helder, waar ik helemaal niet moest zijn en zeker niet om half twee ’s nachts, zonder een trein terug! Dus wat nu, nou ja, eerst maar op zoek naar een nachtcafé, daar weten ze wel raad. Niet over het vreemde verschijnsel dat de drankzuchtige zo’n kroeg ook altijd víndt, al moet hij zich daarvoor door de donkerste stegen wringen in duistere buurten, in vreemde steden. Niet over wat zich daarbinnen vervolgens allemaal afspeelt en hoe je uiteindelijk met behulp van een aardige vrouw weer in een vroege ochtendtrein naar Amsterdam belandt. Het vervelende met dit soort verhalen is: soms zijn ze ook leuk. Ze ademen een gevoel van het echte leven, grillig en onvoorspelbaar, gevuld met de gekste wendingen en met altijd onverwachte ontmoetingen. Een vrij leven, en behoorlijk out of the box.

Voor een deel is dat ook zo. Voor een veel groter deel is dat helemaal niet zo. Hoe de dingen lijken en hoe ze zijn, daar schroeft zich met gemak een hele wereld tussen. Maar een schijnwereld is de wereld nog niet. Wanneer een vrij leven alleen maar kan bestaan door afhankelijkheid van een middel, wanneer de bizarre paradox ontstaat dat juist de slaaf zich vrij voelt, dan kom ik nu al tot een van de kernen van een verslaving, namelijk: het is allemaal nep. Kost wel iets, maar dan heb je ook niks. Voortdurend kom je bedrogen uit en sta je met lege handen. Het zijn gouden bergen, onechte paradijzen, op zijn best.

‘Beautiful Isle of Somewhere… o, ik verlang zo naar droomland…’

Ik ook, soms heel diep, maar droomland bestaat op aarde niet, verslavingsland wel. En dan volgt de ontnuchtering, in een detox, het letterlijke ontgiften, en dan de abstinentie – het droogstaan, clean blijven – tijdens de behandeling in een kliniek, en dat is allemaal één ding, het is één stap, maar daarna? Wat dan?

Daar gaat deze blog over, hoe is het om in een kliniek te zijn, waar vecht je eigenlijk tegen, wat maak je daar mee, en vooral ook: hoe gaat het daarna met zo iemand? Daarmee bedoel ik natuurlijk in de eerste plaats mijzelf, maar toch ook, wanneer het zin heeft over hen te spreken, komen anderen aan bod, de cliënten met wie ik in verschillende behandelgroepen zat. Uiteraard kan ik niemand bij zijn werkelijke naam noemen, eerder zal ik er juist op letten dat de lezer ook niet naar zijn of haar identiteit kan gissen.

De kop is er bijna af, van zowel het begin van deze blog als van mijn drankloze leven. Ik ben nu een jaar onderweg. Het is dus nog niet zo lang geleden dat ik me aanmeldde bij de Jellinek, aan de Obrechtstraat in Amsterdam. Dat hield in mijn geval in: een week dagdetox (in tegenstelling tot de klinische detox, wat een echte opname is), dan drie maanden dagbehandeling (dat is drie dagen in de week, overdag) gevolgd door twaalf maanden nazorg, eenmaal in de week. Helaas is er juist in die nazorg onlangs flink gesneden, omwille van de zorgverzekeraars. Van deze hele periode, van dit eerste en soms zo moeilijke nuchtere jaar, doe ik hier verslag, als een handreiking, een steun in de rug of een hart onder de riem, een teken van de natuurlijke band die bestaat tussen mij en mijn lotgenoten. Dus wie u ook bent, o lezer, vanwaar u ook komt en waarheen u ook gaat: op de momenten dat ik deze blog schrijf en ten minste eenmaal per week aanvul, op zo’n moment is mijn hart bij u. Bij jou.

Ziezo, dat is maar eens gezegd! Nooit bang zijn, ergens voor. Rest mij nog te verklaren waarom ik deze blog zesmaal.nl heb genoemd. Want op de vraag wie ik eigenlijk ben, en met welke wind ik waai, daar komt gaandeweg de blog wel een antwoord op. Eén ding is van groot belang: er mag in deze blog geen woord staan dat gelogen is. En het woord ‘zesmaal’ plukte ik uit twee dichtregels van Marsman:

Kent gij de verborgen wegen?
Het roer kan nog zesmaal om!

Vraag- en uitroepteken. Met ‘de verborgen wegen’ doelt hij erop dat het kan lijken alsof je leven is vastgelopen, op een dood spoor gezet, hetzij door omstandigheden, hetzij domweg door leeftijd, of – zoals ík het nu invul – door een hardnekkige verslaving. Met alle moedeloosheid van dien. In dit gedicht, Brief aan een vriend, hamert Marsman erop dat werkelijk vastlopen niet bestaat, hooguit zijn de ontsnappingswegen verborgen geraakt. Zoek ze. Vind ze! En het roer kan nog zesmaal om.

Pitt Hamson


omhoog